Hoe de nieuwe natuur in de Oude Willem steeds rijper wordt
Vroeger was de Oude Willem een goed ontwaterd landbouwgebied met veel sloten, maar inmiddels is het al meer dan 5 jaar een natuurgebied waar water de ruimte heeft. Wat is hier ook alweer gebeurd en wat heeft het tot nu toe opgeleverd?
Het is mei en her en der staan de meidoorns in volle bloei. In de verte loopt een kraanvogel, kop naar beneden, op zoek naar voedsel. Op het drassige land langs een slingerende beek steken de sprietige bladeren van de pitrus omhoog, op de hogere zandkoppen bloeit muizenoor met lichtgele bloemen. Het is moeilijk voor te stellen dat in de Oude Willem 20 jaar geleden nog aardappels en maïs werden geteeld en weilanden met melkkoeien waren.

Een ‘landbouwenclave in het Drents-Friese Wold’ was het toen volgens boswachter Lysander van Oossanen van Staatsbosbeheer: een 467 hectare groot, langwerpig stuk boerenland omringd door bossen. Hoe pijnlijk ook voor de betrokken boeren, er waren goede redenen om te stoppen met die landbouw, legt hij uit. “Het omliggende Drents-Friese Wold zou dan meer water vast kunnen houden. De grondwaterstand in en om Oude Willem zou dan stijgen en kwetsbare vennetjes in het Drents-Friese Wold zouden daar direct profijt van hebben. Bovendien zouden we zo Steenwijk en Meppel beschermen tegen overstromingen.”
Met de opkoop van de laatste boerderij in Oude Willem was de weg vrij om een plan te maken, dat Prolander tussen 2018 en 2021 uitvoerde. De belangrijkste maatregel: het dichtmaken van een grote sloot, de Tilgrup, zodat regenwater niet meer zo snel afgevoerd werd. Om in periodes van veel regenval toch water te kunnen afvoeren, kwam er een ondiepe, slingerende beek (een slenk) voor terug. Verder werden struiken geplant, boerderijen gesloopt en werd het fietspad dwars door het gebied verplaatst naar de noordkant. Zo ontstond er een groter rustgebied voor dieren.
Maaien of broeden
Bijzonder is het vierjarige experiment dat hier is uitgevoerd, vertelt Alex Schuiling, programmamanager Zuidwest Drenthe van Prolander. “We kregen een Europese subsidie om te onderzoeken of we de hoeveelheid meststoffen in de bodem omlaag konden krijgen zonder grond af te graven. Schralere grond zorgt namelijk voor een grotere variatie aan plantensoorten.” Er werd ‘uitgemijnd’: het land werd bemest met kunstmest zonder fosfaat. Daardoor ging het gras hard groeien en nam daarbij het nog aanwezige fosfaat in de bodem op. Door dat gras vaak te maaien en af te voeren, daalde inderdaad het fosfaatgehalte in de bodem, zagen de onderzoekers. “Ook op de begroeiing zagen ze wel wat effect”, zegt Alex.
Dat effect denkt Lysander ook te zien. “Op de hoger gelegen delen zie je interessante, diverse plantensoorten opkomen die passen bij grond die minder voedingstoffen bevat, zoals biggenkruid en muizenoor. Op de nattere delen groeit nog steeds de fosfaatminnende pitrus, maar zonder uitmijnen had het er waarschijnlijk vol mee gestaan.” Voor écht grote effecten had het uitmijnen nog jarenlang door moeten gaan. Maar er was een goede reden om ermee te stoppen. Lysander: “Vogels zoals de graspieper, veldleeuwerik en roodborsttapuit stonden te popelen om hier te broeden. Maar als er wordt gebroed kan er niet worden gemaaid. Het was een keuze tussen óf zo vaak mogelijk maaien om meer plantensoorten te krijgen óf meer broedende vogels. De keuze viel op de vogels.”
Afrijpen als een goede wijn
Een andere vogel die zich inmiddels heeft gevestigd, is de bedreigde grauwe klauwier. De aanwezigheid van deze soort laat zien dat het gebied ‘volwassener’ wordt, legt Lysander uit. “Het was eerst een open landschap, maar er verschijnen steeds meer bomen en struiken, die we deels ook hebben aangeplant. Van dat struweel profiteert de grauwe klauwier.”
De afwisseling van natte en droge jaren heeft een duidelijk stempel gedrukt op hoe het gebied er nu uitziet. In droge jaren stierf het gras af, waardoor er ruimte kwam voor diep wortelende bloemen. Natte jaren zorgden weer voor andere plantensoorten, zodat de begroeiing steeds gevarieerder werd. “Zo’n gebied is niet in één keer klaar”, zegt Lysander. “Net als een goede wijn moet het afrijpen. Heel mooi om te zien dat dat nu al gebeurt. Toch heeft het nog jaren nodig om écht een goede wijn te worden.”
Dat verder afrijpen van de Oude Willem gebeurt onder beheer van Staatsbosbeheer. Na de zomer van dit jaar worden de laatste puntjes op de i gezet met het plaatsen van veeroosters in de Oude Willemsweg(verwijst naar een andere website). Op die manier kunnen runderen het hele gebied begrazen, met zowel arme als rijkere gronden, droog én nat. Zo ontstaat er dankzij de begrazing straks een nog grotere variatie aan planten, struiken en bomen in dit nu al prachtige gebied.

Bron: Hoe de nieuwe natuur in de Oude Willem steeds rijper wordt | Zuidwest - provincie Drenthe
Bekijk ook
Bekijk de projectwebsite van Zuidwest-Drenthe voor meer informatie