Verkoop percelen deelgebied Noordwest
Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe (hierna te noemen “Provincie”) zijn voornemens om een ruilovereenkomst te sluiten met Wederpartij (hierna te noemen "de gegadigde”) waarbij de Provincie percelen grond gelegen aan de Noordenveldweg en Oosterwaterweg te Vries, Roozand te Donderen en Zeijerlaar te Zeijen verkoopt ten behoeve van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en agrarische structuurverbetering.
De door de provincie te in te brengen percelen betreffen de percelen kadastraal bekend:
| Gemeente | Sectie | Nummer | Oppervlakte | |
|
Vries |
S |
1259 |
04.34.60 ha |
|
|
Vries |
S |
1260 |
02.73.40 ha |
|
|
Vries |
S |
608 |
00.51.60 ha |
|
|
Vries |
S |
609 |
00.86.60 ha |
|
|
Vries |
S |
1362 |
00.87.60 ha |
|
|
Vries |
S |
1363 |
05.15.00 ha |
|
|
Vries |
S |
1480 |
01.60.65 ha |
|
|
Vries |
S |
619 |
04.31.70 ha |
|
|
Vries |
S |
656 |
02.73.50 ha |
|
|
Vries |
S |
657 |
00.63.30 ha |
|
|
Vries |
S |
659 |
02.48.00 ha |
|
|
Vries |
T |
917 |
20.52.60 ha |
|
|
Vries |
T |
771 |
03.04.20 ha |
|
|
Vries |
T |
772 |
00.72.90 ha |
|
|
Vries |
T |
3958 |
02.78.05 ha |
|
|
Vries |
S |
673 |
00.90.20 ha |
|
|
Vries |
S |
674 |
01.84.10 ha |
|
|
Vries |
S |
676 |
03.68.90 ha |
|
|
Vries |
S |
677 |
00.85.70 ha |
|
|
Vries |
S |
678 |
00.52.80 ha |
|
|
Vries |
S |
1092 |
04.32.80 ha |
|
|
Vries |
S |
1268 |
01.58.05 ha |
|
|
Vries |
S |
1365 |
02.59.20 ha |
|
|
Vries |
R |
728 |
ged. |
11.84.60 ha |
hierna te noemen 'de percelen’.
Door de gegadigde wordt ruim 75,5 ha grond ingebracht. Het gaat om circa 39,8 ha NNN-grond en circa 16 ha overige provinciale doelen; de overige percelen (circa 20 ha) betreffen cruciaal gelegen agrarische grond om andere NNN-grond vrij te kunnen spelen om de provinciale doelen te dienen.
Gelet op het voorgaande, is de Provincie van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria om deze provinciale doelen op deze locatie te kunnen bereiken enkel deze partij in aanmerking komt voor de ruiling door het sluiten van een ruilovereenkomst voor de percelen, te weten: de gegadigde.
Vervaltermijn
Iedere serieuze gegadigde die vindt dat hij op grond van voornoemde objectieve, redelijke en toetsbare criteria ook voor een verkoopovereenkomst in aanmerking komt met betrekking tot het perceel, dient binnen twintig (20) kalenderdagen na de dagtekening van deze publicatie (uiterlijk op 2 september 2026) een kort geding aanhangig te maken met betrekking tot die zaak bij de rechtbank Noord-Nederland. Hij dient dit tijdig vooraf te melden aan [email protected] onder vermelding van “bedenkingen tegen verkoop percelen deelgebied Noordwest” zodat bij de aanvraag van het kort geding onder meer rekening kan worden gehouden met de verhinderdata van (de advocaat van) de Provincie.
Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De Provincie en haar wederpartij zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) zou worden opgekomen. Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding acht de Provincie zich vrij om na verloop van twintig (20) dagen na datum van deze publicatie inzake dit voornemen, haar medewerking te verlenen aan de verkoopovereenkomst aan de gegadigde.
De Provincie publiceert dit voornemen op 13 augustus 2026. Met deze publicatie geeft de Provincie uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021. (ECLI:NL:HR:2021:1778).
Voor eventuele vragen en/of nadere inlichtingen met betrekking tot deze publicatie kunt u een e-mailbericht sturen naar [email protected] onder vermelding van: naam, adres en functie afzender (bedrijf en personen), publicatiedatum en uw vraag. Het stellen van vragen of anderszins contact met de Provincie naar aanleiding van deze publicatie ontslaat u niet van het tijdig aanhangig moeten maken van voornoemd kort geding.