Voornemen tot verlenen vestiging van een opstalrecht, erfdienstbaarheid en kwalitatieve verplichting op percelen te Nieuw Balinge
Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe zijn voornemens om op percelen te Nieuw Balinge een opstalrecht en erfdienstbaarheid te verlenen aan Enexis Netbeheer B.V. (hierna te noemen “de gegadigde”). Het betreft het perceel kadastraal bekend; gemeente Westerbork, sectie P, nummer 1290, plaatselijk gelegen nabij de Verlengde Middenraai te Nieuw Balinge (hierna te noemen “het perceel”). Het betreft een opstalrecht en erfdienstbaarheid ten behoeve van een kabeltracé. Deze aanleg is noodzakelijk met het oog op het borgen van voldoende (toekomstige) capaciteit van het elektriciteitsnet. Deze taak rust conform de wet op de netbeheerder.
Het perceel betreft een perceel cultuurgrond, momenteel in gebruik als grasland. De provincie is van mening dat de gegadigde in verband met de waarborging van voldoende toekomstige capaciteit op het elektriciteitsnet, en de functie die zij hierin vervult, de enige partij is die in aanmerking komt voor het vestigen van dit opstalrecht en erfdienstbaarheid.
Gelet op het voorgaande is de Provincie van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze partij in aanmerking komt voor het sluiten van een overeenkomst voor de objecten, te weten: de gegadigde.
Vervaltermijn
Iedere serieuze gegadigde die vindt dat hij op grond van voornoemde objectieve, redelijke en toetsbare criteria ook voor een opstalrecht, erfdienstbaarheid en kwalitatieve verplichting in aanmerking komt met betrekking tot de percelen, dient binnen twintig (20) kalenderdagen na de dagtekening van deze publicatie (uiterlijk op 1 juli 2026 tot 12.00 uur) een kort geding aanhangig te maken met betrekking tot die zaak bij de rechtbank Noord-Nederland. Hij dient dit tijdig vooraf te melden aan [email protected] onder vermelding van “bedenkingen tegen opstalrecht, erfdienstbaarheid en kwalitatieve verplichting op percelen te Wijster” zodat bij de aanvraag van het kort geding onder meer rekening kan worden gehouden met de verhinderdata van (de advocaat van) de Provincie.
Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De Provincie en haar wederpartij zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) zou worden opgekomen. Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding acht de Provincie zich vrij om na verloop van twintig (20) dagen na datum van deze publicatie inzake dit voornemen, haar medewerking te verlenen aan de ruilovereenkomst aan de gegadigde.
De Provincie publiceert dit voornemen op 3 juni 2026. Met deze publicatie geeft de Provincie uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).
Voor eventuele vragen en/of nadere inlichtingen met betrekking tot deze publicatie kunt u een e-mailbericht sturen naar [email protected] onder vermelding van: naam, adres en functie afzender (bedrijf en personen), publicatiedatum en uw vraag. Het stellen van vragen of anderszins contact met de Provincie naar aanleiding van deze publicatie ontslaat u niet van het tijdig aanhangig moeten maken van voornoemd kort geding.