Voortzetting gebruik agrarische gebouwen en pacht gronden Ydermade te De Punt
Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe (hierna te noemen “Provincie”) zijn voornemens om verlenging van de feitelijk gebruiksperiode en een pachtovereenkomst te sluiten met een partij (hierna te noemen "de gegadigde”) waarbij de Provincie een agrarische locatie gelegen aan de Ydermade 2A in voortgezet gebruik heeft gegeven aan de voormalig eigenaar.
De door provincie in bruikleen te geven opstallen staan op:
De percelen kadastraal bekend
Gemeente Vries, sectie V, nummer 87 groot 00.60.20 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 86 groot 17.76.40 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 877 groot 07.09.30 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 880 groot 04.25.00 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 1289 groot 04.58.40 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 1290 groot 02.06.20 ha;
Gemeente Vries, sectie V, nummer 137 groot 24.99.60 ha;
hierna te noemen 'het perceel’.
Gegadigde heeft in 2025 het erfperceel met opstallen aan de Ydermade 2A te De Punt, inclusief de bijbehorende cultuurgronden, verkocht aan de provincie. Daarbij was het uitgangspunt dat gegadigde zich op een vervangende locatie zou vestigen. Om die periode te overbruggen is de feitelijke levering van het gekochte op een later moment dan de juridische levering overeengekomen. Aangezien een vervangende locatie tot op heden niet is gevonden, bestaat de noodzaak om de afgesproken periode van feitelijke levering te verlengen en de bestaande pachtconstructie tijdelijk voort te zetten. In aansluiting op de oorspronkelijke transactie is de provincie daarom voornemens het moment van feitelijke levering van het erf en de gebouwen alsmede de verpachting van de cultuurgrond te verlengen tot 1 november 2027.
Gelet op het voorgaande, is de Provincie van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze partij in aanmerking komt voor bruikleen en pacht door het sluiten van een bruikleen- en pachtovereenkomst voor het perceel, te weten: de gegadigde.
Vervaltermijn
Iedere serieuze gegadigde die vindt dat hij op grond van voornoemde objectieve, redelijke en toetsbare criteria ook voor een bruikleenovereenkomst in aanmerking komt met betrekking tot het perceel, dient binnen twintig (20) kalenderdagen na de dagtekening van deze publicatie (uiterlijk op 15 november 2026) een kort geding aanhangig te maken met betrekking tot die zaak bij de rechtbank Noord-Nederland. Hij dient dit tijdig vooraf te melden aan [email protected] onder vermelding van “bedenkingen tegen bruikleen agrarische gebouwen en pacht gronden Ydermade te De Punt” zodat bij de aanvraag van het kort geding onder meer rekening kan worden gehouden met de verhinderdata van (de advocaat van) de Provincie.
Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De Provincie en haar wederpartij zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) zou worden opgekomen. Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding acht de Provincie zich vrij om na verloop van twintig (20) dagen na datum van deze publicatie inzake dit voornemen, haar medewerking te verlenen aan de verkoopovereenkomst aan de gegadigde.
De Provincie publiceert dit voornemen op 27 oktober 2026. Met deze publicatie geeft de Provincie uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).
Voor eventuele vragen en/of nadere inlichtingen met betrekking tot deze publicatie kunt u een e-mailbericht sturen naar [email protected] onder vermelding van: naam, adres en functie afzender (bedrijf en personen), publicatiedatum en uw vraag. Het stellen van vragen of anderszins contact met de Provincie naar aanleiding van deze publicatie ontslaat u niet van het tijdig aanhangig moeten maken van voornoemd kort geding.